| NVvR nieuws

NVvR wil overleg met minister inzake benoemingen bestuurders rechtspraak

Vandaag heeft de NVvR een brief gezonden aan de minister voor Rechtsbescherming naar aanleiding van de bespreking van het onderwerp benoemingen bestuurders rechtspraak. In de brief vraagt de NVvR om nader overleg en bespreekt zij de wijze waarop dit onderwerp door de vereniging wordt behandeld.

Het is, zo blijkt uit de brief aan de minister, voor de NVvR een belangrijk onderwerp, gelet op de zorgen die binnen de rechtspraak bestaan over de kloof tussen de werkvloer en de bestuurders en de breed gedeelde behoefte aan een heldere koers van de rechtspraak als geheel. De NVvR heeft daarom al diverse gesprekken gevoerd, een werkconferentie belegd en een expertgroep bijeengebracht, bestaande uit rechters en raadsheren. In deze groep zaten zowel bestuurders als niet-bestuurders. Aan de opbrengst van deze activiteiten wordt momenteel gewerkt en overgebracht aan de Raad voor de rechtspraak en het dagelijks bestuur van de Presidentenvergadering. Daar zullen uiteindelijk de contouren van een besturingsmodel moeten ontstaan.

Bestuur op afstand
Vooruitlopend op dit advies constateert de NVvR een groeiende onvrede over het besturingsmodel dat zich kenmerkt door de term ‘bestuur op afstand’. Dit heeft de kloof tussen rechters en hun bestuurders vergroot, terwijl de bestuurlijke slagkracht niet gegroeid is. Wij verwachten dat dit model moet worden losgelaten en dat de presidenten en hun collega’s in het gerechtsbestuur weer dichter op de dagelijkse praktijk moeten komen te staan. Ditzelfde geldt voor de bestuurders in de Raad voor de rechtspraak. Ook voor hen is het zaak om dichter bij het rechtspreken betrokken te zijn. De wijze waarop dit gerealiseerd kan worden, is nog onderwerp van gesprek in de rechtspraak.

Stevige professionals
Tegelijkertijd vraagt de besturing van de rechtspraak om stevige professionals. Zij dienen goed opgeleid en met voldoende ervaring de rechtspraak op koers te houden, zodat de rechtspraak het antwoord kan blijven op de vraag naar geschilbeslechting vanuit de samenleving en waardoor de rechtspraak op kwalitatieve, voortvarende en efficiënte wijze rechtszaken kan behandelen. Dit vraagt andere kwaliteiten dan vroeger: gerechten zijn groter dan weleer en de werkzaamheden van de gerechtsbesturen zijn omvangrijker. Of het besturingsmodel van enkele decennia geleden dan wel van vóór de herziening van de gerechtelijke kaart soelaas kan bieden, ligt niet voor de hand. Bepaalde elementen echter, zoals de keuze destijds voor het loslaten van het sectormodel (en de bijbehorende sectorvoorzitters die als ‘linking pin’ bestuur en werkvloer met elkaar verbonden), zouden heroverwogen kunnen worden.

Verantwoordelijkheid rechtsprekende macht
De NVvR bereidt, zoals gezegd, momenteel een advies voor aan de bestuurders van de rechtspraak. Wij menen overigens ook dat het primair aan de rechtsprekende macht is om zichzelf goed te organiseren. Vanzelfsprekend kan de wetgever daarbij een rol spelen, maar gelet op de noodzakelijk balans tussen de staatsmachten, is dat - wat de NVvR betreft - nu niet de geëigende weg.