Wetgevingsadviezen

Wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet

Bij brief van 25juli 2013 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak om advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel Wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet.

Commissie

Dit wetsvoorstel behelst in hoofdzaak de uitwerking van een groot deel van het rapport van Commissie Van der Winkel, betreffende een evaluatie van het functioneren van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (hierna: KBvG).

Versterking

De belangrijkste elementen die wijziging of versterking van het wettelijk kader vragen, zijn de omvang en verantwoordelijkheden van het beroep van gerechtsdeurwaarder, nadere uitwerking en versterking van het toezicht en tuchtrecht en een aantal aanpassingen in de wet dat van belang is voor het goede functioneren van de KBvG als publiekrechtelijke beroepsorganisatie.

Integriteit

De NVvR onderschrijft de wenselijkheid van de eis van onafhankelijkheid van een gerechtsdeurwaarder. Tevens onderschrijft de NVvR het belang van de bevordering van de integriteit en kwaliteit binnen een dergelijke verantwoordelijke en het algemeen belang dienende beroepsgroep als dat van de gerechtsdeurwaarder.

Opmerkingen

De voorgestelde wettekst en daarbij behorende memorie van toelichting geven de NVvR voorts aanleiding tot het maken van een enkele opmerking, in die zin dat de NVvR de Staatssecretaris in overweging geeft het opmaken van een schriftelijke verklaring betreffende door de gerechtsdeurwaarder persoonlijk waargenomen feiten van stoffelijke aard, zoals opgenomen in artikel 20, derde lid, onder e, van de Gerechtsdeurwaarderswet (het zogenaamde proces-verbaal van constatering) als ambtshandeling op te nemen in artikel 2, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet. Doordat het proces-verbaal hierdoor dwingende bewijskracht krijgt, kan het een belangrijke bijdrage leveren aan de waarheidsvinding en uiteindelijk aan de afhandeling van de zaak of de voortgang van het proces.