Wetgevingsadviezen

Telecommunicatie (Wijziging Telecommunicatiewet, Sv ivm dataretentie)

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak op 18 november 2014 om advies gevraagd over het wetsvoorstel inzake de wijziging van de Telecommunicatiewet en het Wetboek van Strafvordering in verband met de bewaring van gegevens die zijn verwerkt in verband met het aanbieden van openbare elektronische communicatiediensten.

Strekking wetsvoorstel

Het wetsvoorstel voorziet in de aanpassing van de Telecommunicatiewet en betreft de heroverweging van de termijnen voor het bewaren van bepaald aangewezen telecommunicatiegegevens ten behoeve van het algemene belang van de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven, zodat deze worden vastgesteld op hetgeen strikt noodzakelijk is voor dat doel. Daarbij worden de verschillende categorieën van te bewaren gegevens beperkt tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven. Voorts wordt voorgeschreven dat de telecommunicatiegegevens op het grondgebied van de Unie worden bewaard.

Rechterlijke toetsing

Het wetsvoorstel voorziet tevens in de aanpassing van het Wetboek van Strafvordering. Dit betreft de beperking van de bevoegdheid van de officier van justitie tot het vorderen van historische verkeersgegevens. Voorgesteld wordt dat een dergelijke vordering slechts kan worden gedaan na voorafgaande rechterlijke toetsing. Tevens wordt de regeling van de toegang tot de bewaarde gegevens in verband met telefonie over een vast of mobiel netwerk en het internet aangepast, zodat de bewaarde gegevens slechts gedurende een periode van zes maanden kunnen worden geraadpleegd ten behoeve van de opsporing of vervolging van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.

Balans

De NVvR onderschrijft dat de wet in het belang van het recht op privacy van de burger de nodige waarborgen dient te bieden ter bescherming en beveiliging van diens bewaarde telecommunicatiegegevens, temeer waar het gaat om de toegang tot de gegevens, de technische beveiliging van de bewaaromgeving en de opslag binnen de Europese Unie. Anderzijds wijst de NVvR erop dat de wet zó moet zijn ingericht dat de veiligheid van de burger evenzeer optimaal kan worden beschermd door het politiële en justitiële apparaat en dat daarbij moet worden onderkend dat telecommunicatiegegevens (gebruikers- en verkeersgegevens) in de praktijk van groot belang blijken te zijn voor een effectieve opsporing en vervolging. Het recht van de burger op veiligheid is immers evenzeer een groot goed, net als diens recht op privacy. Hiertussen moet worden gezocht naar een balans.

De NVvR plaatst ten aanzien van dit wetsvoorstel enkele kritische opmerkingen die in de bijlage volledig zijn in te zien.