Wetgevingsadviezen

Reclassering (Wijziging Reclasseringsregeling 1995)

De NVvR is van onder meer van mening dat met dit voorstel de mogelijkheid voor andere dan de nu erkende reclasseringsinstellingen om reclasseringsbegeleiding te verlenen, onnodig beperkt en bemoeilijkt. De NVvR wil aannemen dat de thans werkzame reclasseringsinstellingen op dit moment aan alle wensen voldoen. Het laat zich evenwel gemakkelijk denken dat er situaties ontstaan waarin bepaalde groepen potentiële “cliënten” niet of niet meer adequaat door de reclassering worden bereikt, bijvoorbeeld om culturele, godsdienstige of taalvaardigheidsredenen. Dan kan er zich een nieuwe, op die groepen gespecialiseerde instelling aandienen, die die taak wel adequaat kan vervullen. De NVvR ziet geen reden de mogelijkheid tot financiering van rijkswege van een dergelijke instelling op voorhand wettelijk te blokkeren.

Meerwaarde

Veeleer acht de NVvR het wenselijk geregeld wordt dat, indien zich een nieuwe aanbieder van reclasseringsbegeleiding aandient, een gericht advies aan de RSJ wordt gevraagd op alle door de minister genoemde, op zich relevante, punten. Daarbij zou de representativiteit en/of de vraag of de nieuwe instelling reële meerwaarde oplevert voor de strafrechtspleging door de RSJ kunnen worden betrokken. Een dergelijk advies kan vervolgens door de minister worden meegenomen in zijn verdere besluitvorming op een verzoek. De NVvR adviseert het voorstel op dit punt aan te passen.