Wetgevingsadviezen

Opsporingsambtenaar (Wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar)

Het wetsvoorstel beoogt de introductie van een afzonderlijk wettelijk kader voor de beoordeling van geweldsaanwendingen door opsporingsambtenaren. Hiertoe wordt voorgesteld in het Wetboek van Strafrecht een specifieke strafuitsluitingsgrond op te nemen voor opsporingsambtenaren die geweld hebben toegepast in de rechtmatige uitoefening van hun taak en daarbij hebben gehandeld overeenkomstig de geldende regels.

Strafbaar feit

Ook voorziet het wetsvoorstel in de strafbaarstelling van bepaalde vormen van optreden waarbij in strijd is gehandeld met de geweldsinstructie. Ten slotte wordt voorgesteld in het Wetboek van Strafvordering een wettelijk kader op te nemen waarbinnen, met toepassing van een aantal reeds bestaande opsporingsbevoegdheden, onderzoek kan worden gedaan naar gebruik van geweld door een opsporingsambtenaar, zonder dat de opsporingsambtenaar als verdachte van een strafbaar feit hoeft te zijn aangemerkt. Het wetsvoorstel probeert hiermee, blijkens de memorie van toelichting, recht te doen aan zowel de belangen van de opsporingsambtenaar als aan het belang van de samenleving dat goed kan worden onderzocht wat de toedracht is geweest van de toepassing van overheidsgeweld en of hierbij overeenkomstig de daarvoor geldende regels is gehandeld.

De NVvR ziet een aantal wezenlijke inhoudelijke bezwaren tegen het huidige ontwerp. Volgens de NVvR valt niet te verwachten dat invoering van dit wetsontwerp de positie van een opsporingsambtenaar die geweld heeft toegepast in het kader van zijn werkzaamheden verbetert.