Wetgevingsadviezen

Vreemdelingenbewaring (Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak op 9 december 2013 om advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel Terugkeer en vreemdelingenbewaring.

Strekking wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel ziet toe op de terugkeer van personen die niet in Nederland mogen blijven. Het wetsvoorstel beoogt een actief en consequent terugkeerbeleid, hetgeen tevens het uitgangspunt is van de Europese Terugkeerrichtlijn.

Advisering

De NVvR kan zich in vinden in de keuze om thans een aparte wettelijke regeling te treffen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring en de in dat kader te bieden rechtsbescherming. Reeds hiermee wordt geaccentueerd dat de positie van een persoon aan wie een maatregel van vreemdelingenbewaring is opgelegd een wezenlijk andere is dan die van personen die verdacht worden van of veroordeeld zijn voor strafbare feiten.

Voorts acht de NVvR het begrijpelijk dat in het voorstel voor bewaring gebaseerd op artikel 6 van de Vreemdelingenwet 2000 (de zogenoemde grensbewaring) en bewaring gebaseerd op artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 voor wat betreft het regime en de in dat kader te bieden rechtsbescherming, een gelijkluidende regeling wordt getroffen. Voor twee separate regelingen, zoals deze heden bestaan, bestaat volgens de NVvR onvoldoende rechtvaardiging.

Tijdsduur in de wet

De NVvR is van mening dat bij de positie van een in bewaring verblijvende vreemdeling past dat deze aan minder beperkingen en verplichtingen wordt onderworpen dan een in het kader van het strafrecht gedetineerde persoon. Dit komt in het wetsvoorstel ook tot uitdrukking, bijvoorbeeld doordat in bewaring verblijvende vreemdelingen in beginsel (onder het verblijfsregime) onbeperkt mogen telefoneren en het internet mogen raadplegen, alsmede doordat zij in beginsel (onder het verblijfsregime) 12 uur per dag buiten hun cel mogen verblijven, zoals gesteld op pagina 24 van de memorie van toelichting. De NVvR is de mening toegedaan dat deze tijdsduur van 12 uren per dag niet alleen in de memorie van toelichting moet worden genoemd, maar ook in de wet zelf dient te worden opgenomen, zoals bijvoorbeeld ook is gedaan in voorgesteld artikel 23, tweede lid. De NVvR adviseert de staatssecretaris daarom het wetsvoorstel op dit punt aan te passen.

De NVvR maakt voorts nog enkele andere opmerkingen ten aanzien van dit wetsvoorstel die in de bijlage te lezen zijn.