Wetgevingsadviezen

Ondernemingen (Wet Continuïteit Ondernemingen I)

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 22 oktober 2013 om advies gevraagd over het voorontwerp van de Wet Continuïteit Ondernemingen 1. Dit advies is voorbereid door de leden van de vereniging en vastgesteld door de Wetenschappelijke Commissie van de NVvR.

Regeling

Dit wetsontwerp strekt tot invoering van een regeling in de Faillisementswet op basis waarvan de rechtbank in de aanloop naar een vermoedelijk faillissement of een waarschijnlijke verlening van de surseance van betaling, een beoogd curator dan wel een beoogd bewindvoerder en een beoogd rechter-commissaris kan aanwijzen zonder dat aan de aanwijzing publiciteit wordt gegeven.

Voorbereidingen

Het doel hiervan is tweeledig: enerzijds wordt hiermee beoogd een gestructureerde en doelmatige afwikkeling van faillissementen te faciliteren. Anderzijds wordt mogelijk gemaakt om in de gevallen die zich ervoor lenen, de doorstart van op zichzelf levensvatbare gedeelten van de onderneming na faillissement te bespoedigen door de onderneming in staat te stellen daartoe al voorafgaand aan het moment van faillietverklaring de benodigde voorbereidingen te treffen en deze af te stemmen met de beoogd curator.

Wens

De NVvR kan zich in principe vinden in het voorstel om een dergelijke regeling, wanneer sprake is van een vermoedelijk faillissement of vermoedelijke verlening van surseance van betaling, mogelijk te maken. Het wetsontwerp sluit aan op een in de praktijk geuite wens om een dergelijke regeling in te voeren. De wijze waarop in het wetsontwerp vorm wordt gegeven aan de regeling, roept in een aantal gevallen echter vragen op en geeft de NVvR daarom aanleiding tot het maken van onder andere de volgende opmerkingen.

Transparant

De NVvR beschouwt het als een ongunstig aspect van de voorgestelde regeling dat deze uitgaat van de medewerking door de rechtbank aan een weinig transparante procedure. Voorts vraagt de NVvR zich af of het verslag van de beoogd curator steeds wordt gepubliceerd, als er een later faillissement of surseance volgt van de schuldenaar, ongeacht de inmiddels verstreken periode. Ook is de NVvR van mening dat uit het wetsvoorstel en de memorie van toelichting niet duidelijk blijkt wat de curator moet doen als hij constateert dat door het bestuur niet is voldaan aan de publicatieplicht. In het advies zijn ook een aantal artikelsgewijze opmerkingen opgenomen.