Wetgevingsadviezen

Bibob (Wet Bibob)

Bij brief van 29 januari 2010 hebben de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Sectoren

In het wetsvoorstel hebben de ministers de op basis van een tweetal evaluatieonderzoeken gedane aanbevelingen over uitbreiding en verbetering van de Wet BIBOB overgenomen. In het wetsvoorstel wordt het toepassingsgebied van de wet uitgebreid met andere sectoren, te weten de vastgoedsector en de exploitatie van kansspelautomaten.

Vergunningplicht

Daarnaast wordt de Wet BIBOB uitgebreid met een nieuwe bevoegdheid voor de burgemeester om, in sectoren waarvoor geen vergunningplicht bestaat, zoals belwinkels, bedrijfsmatige activiteiten te beëindigen en lokalen te sluiten van waaruit strafbare feiten gepleegd worden.

Betrokken

Met het wetsvoorstel wordt verder beoogd een verbetering van de informatie-uitwisseling tussen de verschillende betrokken bestuursorganen te bereiken. Tevens wordt een verbetering van de rechtspositie van de betrokkenen voorgesteld. Daarnaast worden in het wetsvoorstel de termijnen verlengd waarbinnen het Bureau BIBOB de adviesaanvraag dient te beantwoorden. Ten slotte wordt in het wetsvoorstel de bevoegdheid voor het Bureau BIBOB geïntroduceerd om de officier van justitie te informeren over inrichtingen of personen die betrokken zijn bij strafbare feiten, ook in die gevallen waar er niet een negatief BIBOB-advies is uitgebracht of waarin de aanvrager zich heeft teruggetrokken.

Voorkomen

Oorspronkelijk was het doel van de Wet BIBOB: het voorkomen van faciliteren van criminele activiteiten door de overheid. De NVvR wijst op de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer, waarbij de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken heeft aangegeven:

‘Aan de voorbereiding van het onderhavige wetsvoorstel hebben vanaf het begin twee doelstellingen ten grondslag gelegen:
- bestuursorganen in staat te stellen te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteren door het geven van vergunningen, subsidies of de gunning van een overheidsopdracht, waarmee de (relationele) integriteit van het bestuur wordt gediend;
- de vervlechting van de onderwereld met de bovenwereld zoveel mogelijk te voorkomen, in ieder geval daar waar de overheid zelf een formele rol vervult.’

Zijdelings effect

Hieruit valt te destilleren dat bestuursorganen niet de (primaire) taak hebben om criminele activiteiten te bestrijden. De normadressaat van de Wet BIBOB is het bestuur, niet de ondernemingen of personen die zich schuldig maken aan strafbare feiten. Wel geeft de minister in dezelfde memorie van antwoord aan dat niet kan ‘worden ontkend dat de invoering van het BIBOB-instrumentarium wel degelijk – positieve – effecten heeft op criminaliteitspreventie’. Het aanpakken van criminele activiteiten is dus een zijdelings effect van de Wet BIBOB, niet een doel. De NVvR wijst er daarbij op dat bestuursorganen hiertoe ook niet over de benodigde bevoegdheden beschikken.

Verschuiven

Met het voorliggende wetsvoorstel lijkt, onder de paraplu van “bestuurlijke aanpak van de georganiseerde misdaad”, het doel van de wet gedeeltelijk te verschuiven naar het bestrijden van criminaliteit.

Strafrecht

Daar waar het karakter van de bestuurlijke aanpak dreigt te verschuiven van preventief naar repressief, vraagt de NVvR zich af of voldoende voor ogen wordt gehouden dat de bestrijding van criminaliteit – anders dan het voorkomen daarvan – in de eerste plaats plaatsvindt door middel van het strafrecht en niet door de inzet van bestuurlijke maatregelen. De verschuiving van een preventief bestuurlijk instrument naar een tevens repressief bestuurlijk instrument, dat in zijn effect wellicht zelfs een punitieve uitwerking heeft, kan belangrijke gevolgen hebben, ook voor de vorm en de mate van rechtsbescherming. De NVvR is van mening dat deze wijziging een nadere onderbouwing behoeft.

In het advies in de bijlage gaat de NVvR meer concreet in op de voorgestelde conceptwijzigingen