Wetgevingsadviezen

Computercriminaliteit (Versterking bestrijding computercriminaliteit)

Bij brief van 27 juli 2010 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie de NVvR verzocht advies uit te brengen over het conceptwetsvoorstel versterking bestrijding computercriminaliteit. De Wetenschappelijke Commissie van de NVvR heeft het wetsontwerp bestudeerd en een aantal leden van de NVvR geconsulteerd, waarna een preadvies is opgesteld. Het door de Wetenschappelijke Commissie vastgestelde complete advies is als bijlage bijgevoegd.

Bescherming

Blijkens de toelichting beoogt het conceptwetsvoorstel te voorzien in een ruimere strafrechtelijke bescherming van computergegevens, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers en ter bescherming van vertrouwelijke communicatie. Daartoe worden drie wetswijzigingen voorgesteld.

Gelijke tred

De snelle ontwikkelingen op het terrein van technologie, internet en criminaliteit roepen bij voortduring de vraag op of de bestaande juridische instrumenten nog voldoende zijn toegesneden op hetgeen een doeltreffende bestrijding van computercriminaliteit vergt. De NVvR deelt het standpunt dat de bestrijding van computercriminaliteit gelijke tred moet houden met de voortgang van de technologische ontwikkeling en versterking kan gebruiken op de in het conceptwetsvoorstel genoemde punten. Het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers behoeft hier geen nadere toelichting.

Toetsing

De NVvR wijst om die reden specifiek op de telkens terugkerende discussies bij een inperking van grondrechten, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting. De verdragsrechtelijk toegelaten beperkingen op dit grondrecht vragen dikwijls om een toetsing door de rechter: is de inbreuk een geschikt middel om een bepaald doel te bereiken en welk doel is dat dan precies?

Grondrecht

De NVvR is van mening dat het belang van een voorafgaande rechterlijke toetsing in het conceptwetsvoorstel onvoldoende is onderkend. De conceptmemorie van toelichting heeft de NVvR niet van het tegendeel overtuigd. Mocht de voorgestelde regeling toch worden gehandhaafd, dan zou de NVvR - met het oog op de door de rechter te verrichten toetsing van de inbreuk op het grondrecht - het op prijs stellen dat in de memorie van toelichting dieper zou worden ingegaan op de belangen die ten grondslag hebben gelegen aan de voorgestelde bevoegdheid van de officier van justitie respectievelijk op de belangen die bij de nieuwe strafbepalingen met betrekking tot de verspreiding van informatie een rol hebben gespeeld.