Wetgevingsadviezen

Spreekrecht (Uitbreiding spreekrecht)

Bij brief van 7 juli 2011 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de NVvR gevraagd te reageren op een conceptwetsvoorstel tot uitbreiding van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces.

Victimisatie

Het spreekrecht van slachtoffers is sinds 2005 wettelijk geregeld en sinds t januari 201 t opgenomen in art. 5 t e WvSv. Het was destijds nieuw: voorafgaand aan de invoering bestond geen ervaring met slachtoffers of nabestaanden die een spreekrecht uitoefenen. In 2001 heeft de NVvR zich in positieve zin uitgesproken over de invoering van een spreekrecht. Zij heeft in haar advies toen wel gewezen op de mogelijke gevolgen voor de werklast en op het risico van secundaire victimisatie van slachtoffers indien zij in een conflict met de verdediging geraken. Met het oog op een passende bejegening heeft de NVvR aanbevelingen voor de praktijk gedaan (zie A.K. de Graauw, Spreekrecht ter zitting, Trema 2004, p. 346 - 356).

Spreektijd

Na de invoering zijn de gevolgen voor de zittingscapaciteit beperkt gebleven: enerzijds omdat sprekende slachtoffers zich in het algemeen behoorlijk aan de hen toegemeten spreektijd houden; anderzijds omdat het aantal gevallen waarin het spreekrecht werkelijk wordt uitgeoefend minder is dan aanvankelijk werd voorzien. Dit is verklaarbaar: in de praktijk wordt in de behoefte van slachtoffers of nabestaanden om zich te kunnen uiten ook voorzien door middel van schriftelijke slachtofferverklaringen.

Interviews

Deze bevindingen worden bevestigd in het rapport van de evaluatie die in 2010 in opdracht van de minister heeft plaatsgevonden. In deze evaluatie is uit interviews de wens naar voren gekomen de kring van personen/nabestaanden aan wie het spreekrecht toekomt enigszins uit te breiden. Het conceptwetsvoorstel geeft aan die wens gevolg. De NVvR kan zich hierin vinden, maar plaatst in het advies in de bijlage nog enkele opmerkingen.