Wetgevingsadviezen

Tijdelijk verlof

De Minister van Justitie heeft de NVR 7 december 2009 gevraagd te reageren op het conceptwetsvoorstel opheffen samenloop van regelingen m.b.t. het tijdelijk verlaten van de inrichting.

Verzoek

De NVvR is, kort samengevat, van mening dat het afschaffen van de mogelijkheid om aan de strafrechter het verzoek voor te leggen tot tijdelijke schorsing van de voorlopige hechtenis voor drie of meer dagen, geen aanbeveling verdient. De twee hoofdargumenten, zoals kan worden afgeleid uit het bijgaande advies, voor dit standpunt van de NVvR zijn de volgende.

Rechtsbescherming

Ten eerste acht de NVvR het onwenselijk dat de rechtsbescherming van de voorlopig gehechte vooraf (tijdelijke schorsing vragen aan de strafrechter) wordt vervangen door een rechtsbescherming achteraf (tijdelijk verlof vragen aan de directeur van een penitentiaire inrichting, met een beroepsmogelijkheid bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming). De NVvR is tegen het afbreken van een reeds bestaande rechtsbescherming door de rechter, zeker als dit afbreken geschiedt op basis van één enkel incident.

Vrijheidsstraf

Ten tweede benadrukt de NVvR dat de rechtspositie van een voorlopig gehechte onvergelijkbaar is met de rechtspositie van een persoon die een onherroepelijk geworden vrijheidsstraf ondergaat. Voor de voorlopig gehechte geldt de onschuldpresumptie. Daarom heeft de voorlopig gehechte eerder recht op rechtsbescherming door de rechter dan een afgestrafte gedetineerde.