Wetgevingsadviezen

Terrorisme (Strafbaarstelling financieren terrorisme)

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 15 november 2011 gevraagd te reageren op het wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling van het financieren van terrorisme is geregeld.

Kritiek

Volgens de memorie van toelichting strekt dit wetsvoorstel tot het opnemen van een autonome strafbaarstelling van het financieren van terrorisme in het Wetboek van Strafrecht. De reden hiervan is dat de Financial Action Task Force (Hierna: FATF) in het evaluatierapport over Nederland, dat verscheen in 2010, kritiek heeft geuit op de wijze van strafbaarstelling van terrorisme in Nederland. In het wetsvoorstel is ook een separate strafbaarstelling van het financieren van terrorisme in het Wetboek van Strafrecht BES opgenomen.

Bewijsbaar

Het voorgestelde artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht waarin de financiering van terrorisme strafbaar wordt gesteld, vereist bij het door een dader verrichten van financieringshandelingen, opzet op het plegen van een terroristisch misdrijf danwel het voorbereiden of het vergemakkelijken daarvan. De NVvR is van mening dat overtreding van het voorgestelde artikel 421 van het wetboek van Strafrecht vaak veel moeilijker bewijsbaar zal zijn dan overtreding van de sanctiewet. Voor overtreding van de Sanctiewet is namelijk slechts vereist dat opzettelijke financieringshandelingen worden verricht ten gunste van een persoon of groepering die op de sanctielijst staat.

Verwachting

Vanwege het hiervoor genoemde is de verwachting van de NVvR dat het voorgestelde artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht in de Nederlandse praktijk weinig zal worden toegepast. In het advies in de bijlage zijn nog enkele opmerkingen van de NVvR aan de minister kenbaar gemaakt.