Wetgevingsadviezen

Slachtofferrechten

De Wetenschappelijke Commissie (hierna: WeCo) heeft kritisch geadviseerd over het concept-wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten. Dit concept-wetsvoorstel ziet in de eerste plaats op het invoeren van een verschijningsplicht voor de verdachte en in de tweede plaats op een duidelijker inbedding van het spreekrecht in het strafproces.

Wat betreft de verschijningsplicht voor de verdachte bij de zitting en de uitspraak is de WeCo onder andere van mening dat de hiervoor in de memorie van toelichting opgenomen argumenten opportunistisch van aard zijn en bovendien niet overtuigend. Het gaat immers om een inbreuk op het tot op heden ingenomen uitgangspunt dat het in beginsel aan de verdachte wordt overgelaten om te beslissen al dan niet bij de terechtzitting en de uitspraak aanwezig te zijn. Daarnaast is een fundamenteel uitgangspunt in het Nederlandse strafrecht dat een verdachte, totdat hij onherroepelijk is veroordeeld, voor onschuldig wordt gehouden. Het gedwongen moeten luisteren naar een slachtofferverklaring en als veroorzaker van het leed te worden aangesproken, vormt een ernstige inbreuk op het beginsel van de onschuldpresumptie. 

Over het voorstel van de Minister voor Rechtsbescherming om een vast moment voor de uitoefening van het spreekrecht te bepalen, is de WeCo positief. Voorgesteld wordt om niet alleen het tijdstip van het spreekrecht te regelen, maar het thans ongeclausuleerde spreekrecht van een wettelijk kader te voorzien en bijvoorbeeld ook de duur te reguleren.

De uitbreiding van de wettelijk vastgestelde kring van spreekgerechtigden met de stieffamilie, vindt de WeCo begrijpelijk. Wel lijkt het de WeCo onwenselijk dat ook personen die slechts korte tijd deel hebben uitgemaakt van het gezin van het slachtoffer, spreekrecht krijgen. De WeCo is er voorstander van dat het spreekrecht wordt beperkt tot de personen die een duurzame persoonlijke betrekking
met het slachtoffer hebben gehad. Ten slotte vraagt de WeCo om verduidelijking in de memorie van toelichting van het voorstel om spreekrecht bij de tbs-verlenging in te voeren, terwijl de Minister zich eerder leek te realiseren dat de invoering van het spreekrecht bij tbs-verlengingszittingen beperkingen kent en mogelijk zelfs contra-geïndiceerd is.