Wetgevingsadviezen

Procureurs-generaal (Samenstelling College van PG's)

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak op 2 juli 2015 om advies gevraagd over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de rechterlijke Organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijk ambtenaren in verband met de samenstelling van het College van procureurs-generaal.

Bedrijfsvoering

Het wetsvoorstel heeft tot doel de mogelijkheden uit te breiden van in het College van procureurs-generaal (hierna: het College) een lid te benoemen met specialistische kennis van en ervaring op het gebied van financiën en bedrijfsvoering. Daartoe wordt er in voorzien dat in het College ten hoogste één lid kan worden benoemd dat niet voldoet aan de vereisten tot benoeming als rechtelijk ambtenaar.

Netwerk

De veranderde taak van het College en het toegenomen belang van besluitvorming en aansturing op het gebied van beheer en financiën dat er behoefte bestaat aan het mogelijk maken van een lid van het College dat beschikt over kennis, vaardigheden en een netwerk op het gebied van bedrijfsvoering en financieel beheer. Het zijn van jurist is voor dit lid volgens het wetsvoorstel niet per definitie nodig, waarmee tevens mogelijk wordt gemaakt dat het beoogde lid ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet en geen rechterlijk ambtenaar. Voor dit laatste is immers, zoals ook gesteld in de memorie van toelichting, een juridische opleiding een wettelijk vereiste. Voorts blijkt uit de memorie van toelichting dat dit niet-rechterlijk lid van het College niet bevoegd zal zijn tot het uitoefenen van individuele rechterlijke taken, maar wel volledig zal deelnemen aan, en medeverantwoordelijk zal zijn voor, alle collegiale besluitvorming door het College.

Bevoegdheden

Het beoogde niet-rechterlijk lid van het College zal derhalve wel dezelfde overige bevoegdheden hebben als de rechterlijk leden van het College. De NVvR merkt hierover het volgende op:

Gelet op de taken en de rol van het College is de NVvR van mening dat het onwenselijk is dat één van de leden van het College niet wordt aangesteld als rechterlijk ambtenaar, maar als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet.

Lid

Uit de kamerstukken bij de wetswijziging tot reorganisatie van het openbaar ministerie, waarbij het College is ingesteld, blijkt dat het uitgangspunt van de wetgever is dat niet rechterlijk ambtenaren geen lid zijn van het openbaar ministerie. Als de onderhavige wetswijziging wordt doorgevoerd op de wijze als voorgesteld, geldt ook voor het niet rechterlijk lid van het College dat hij geen lid is van het openbaar ministerie.

Ambtenaar

Daarnaast vraagt de taak van het openbaar ministerie om de mogelijkheid in voorkomende gevallen een onafhankelijke positie in te nemen. Hiervoor is de status van rechterlijk ambtenaar van leden van het openbaar ministerie van belang. Dat geldt uiteraard ook voor de leden van het College. Een status als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet van een Collegelid past hier niet bij. De NVvR adviseert de minister hieraan aandacht te besteden in het wetsvoorstel.

Onthouden

Mocht worden gehandhaafd dat één van de procureurs-generaal wordt aangesteld als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, dan geeft de NVvR de minister in overweging om ter zake van de bevoegdheid van het College om op grond van artikel 130, vierde lid, van de Wet RO algemene en bijzondere aanwijzingen te geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie, te bepalen dat dit niet-rechterlijk lid van het College zich dient te onthouden van het geven van aanwijzingen door het College die een inbreuk maken op officiersbevoegdheden in strafrechtelijke aangelegenheden.