Wetgevingsadviezen

Militairen (Opneming in wet van strafuitsluitingsgrond rechtmatig geweldsgebruik door militairen)

De Minister van Justitie heeft, mede namens zijn ambtgenoot bij defensie, de NVvR op 5 december 2007 om advies gevraagd over een voorstel van rijkswet Wijziging Wetboek van Militair Strafrecht in verband met het opnemen van een strafuitsluitingsgrond voor rechtmatig geweldgebruik door militairen. Het onderhavige advies is voorbereid door een werkgroep van leden van de NVvR en vastgesteld door de Wetenschappelijke Commissie van de NVvR.

Terminologie

De inhoud van het voorstel van rijkswet is tweeledig:

1. het opnemen van een specifieke wettelijke bepaling in het Wetboek van Militair Strafrecht (WMSr) tot vrijwaring van straf voor rechtmatig geweldgebruik door militairen;

2. aanpassing van het begrip '(tijd van) oorlog' in het WMSr in lijn met de terminologie zoals die gebruikt wordt in de Wet internationale misdrijven (Wim) en het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Geschieden

De bescherming tegen strafrechtelijke aansprakelijkheid van de militair, die rechtmatig geweld gebruikt, is ook naar geldend recht voldoende gewaarborgd. Voor zover verduidelijking wordt beoogd, kan dit naar de NVvR meent beter geschieden door in de huidige tekst van artikel 38 WMSr de woorden 'in tijd van oorlog' te vervangen door 'in een gewapend conflict'. De voorgestelde wijziging van artikel 71 WMSr is, hoezeer het up to date brengen van het begrip 'oorlog' ook is gewenst, onvoldoende onderzocht op onbedoelde gevolgen.