Wetgevingsadviezen

Opiumwet

De Minister van Justitie heeft de NVvR op 2 april 2010 om advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel wijziging van de Opiumwet inzake voorbereiding en vergemakkelijking van illegale hennepteelt. De Wetenschappelijke Commissie van de NVvR heeft het wetsontwerp bestudeerd en een aantal leden van de NVvR geconsulteerd, waarna een pré-advies is opgesteld. Het door de Wetenschappelijke Commissie besproken en vastgestelde advies treft u aan in de bijlage bij deze brief.

Opmerkingen

Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting geven de WeCo aanleiding tot het maken van opmerkingen met betrekking tot het uitgangspunt van het wetsvoorstel (paragraaf 3.1), de meerwaarde van het wetsvoorstel (paragraaf 3.2), de formulering van artikel 11a nieuw van de Opiumwet (paragraaf 3.3) en enkele termen/zinsneden in de memorie van toelichting (paragraaf 3.4).  

Lacunes

De huidige redactie van artikel 11a Opiumwet jo. artikel 46 Sr maakt nu reeds een gericht strafrechtelijk onderzoek mogelijk naar de verdenking van grootschalige hennepteelt in georganiseerd  verband, met inbegrip van het faciliteren en voorbereiden hiervan. De NVvR vraagt zich derhalve af welke lacunes in de huidige strafwet in de weg staan aan een gerichte aanpak van de in de memorie van toelichting gesignaleerde ontwikkelingen aangaande de grootschalige hennepteelt. Tot slot vraagt de NVvR zich af waarom voor het nieuwe artikel 11a van de Opiumwet geen aansluiting is gezocht bij de bewoording van het huidige artikel 10a van de Opiumwet.