Wetgevingsadviezen

Terrorisme (Ontwerpbesluit opsporing terroristische misdrijven)

De Minister van Justitie heeft de NVvR 19 juni 2006 gevraagd te reageren op het ontwerpbesluit opsporing terroristische misdrijven. Het advies dat u als bijlage bij deze brief aantreft is voorbereid door leden van de NVvR en vastgesteld door de Wetenschappelijke Commissie van de NVvR.

Opsporing

Het ontwerpbesluit beoogt een vervolg te geven aan het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enkele andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven, dat thans aanhangig is bij de Eerste Kamer.

Voorschriften

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om enkele al bestaande bijzondere opsporingsbevoegdheden in het kader van de opsporing van terroristische misdrijven reeds toe te passen bij ‘aanwijzingen’ van zo’n misdrijf. Met het ontwerpbesluit wordt beoogd de voor de toepassing van deze bevoegdheden noodzakelijke nadere voorschriften te geven. Daartoe wordt aansluiting gezocht bij de bestaande algemene maatregelen van bestuur, die zijn gebaseerd op de reeds bestaande regeling van de bijzondere opsporingsbevoegdheden.

Veiligheidsrisicogebieden

Het wetsvoorstel bevat ook enkele nieuwe bevoegdheden tot onderzoek aan kleding en onderzoek van voorwerpen en vervoermiddelen. Deze zoekbevoegdheden kunnen op bevel van de officier van justitie worden toegepast in een door hem aangewezen gebied. In zogenoemde veiligheidsrisicogebieden kunnen de zoekbevoegdheden, in het belang van het onderzoek, ook zonder bevel van de officier van justitie worden toegepast. Het ontwerpbesluit beoogt nadere regels te stellen aan de toepassing van deze zoekbevoegdheden; in de bijlage ervan worden de veiligheidsrisicogebieden aangewezen.

Clausuleren

Bij advies van 24 december 2004 heeft de NVvR zich kritisch uitgelaten over het ontwerpwetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enkele andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven. Eén van de kritiekpunten betrof het voorstel om opsporingsambtenaren toe te staan in risicoveiligheidsgebieden te allen tijde - en niet alleen als daar een concrete aanleiding voor is - hun zoekbevoegdheden uit te oefenen. De NVvR heeft aangeraden om deze mogelijkheid te clausuleren teneinde de aanwending van de zoekbevoegdheden voor een ander doel dan de opsporing van terroristische misdrijven te voorkomen.

De NVvR plaatst daarnaast in het advies in de bijlage nog verscheidene andere kanttekeningen bij dit ontwerpbesluit.