Wetgevingsadviezen

Minimumstraffen (Minimumstraffen voor recidive bij zware misdrijven)

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 23 maart 2011 verzocht advies uit te brengen over het conceptwetsvoorstel wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de invoering van minimumstraffen in geval van recidive bij misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld.

Ledenraad 

Dit advies is voorbereid door een werkgroep bestaande uit leden van de NVvR. Een pre-advies is besproken in en vastgesteld door de Wetenschappelijke Commissie; het definitieve advies is besproken in de Ledenraad en vastgesteld door het bestuur van de NVvR.

 Beveiliging

Met het wetsvoorstel wordt een nadere normering door de wetgever beoogd van de strafoplegging in zware gevallen van recidive. Daarbij moet de beveiliging van de samenleving en van individuen voorop staan. Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan het in het regeerakkoord aangekondigde voornemen om in het volwassenen-strafrecht minimumstraffen in te voeren voor de gevallen waarin een persoon binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop een wettelijke maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld. Bij recidive dient als minimumstraf ten minste de helft te worden opgelegd van de gevangenisstraf die naar de wettelijke omschrijving op het desbetreffende delict als maximumstraf is gesteld.

Afwijken

De strafrechter kan alleen in individuele, zeer specifieke omstandigheden van het geval gemotiveerd afwijken van de minimumstraf. Beoogd wordt de indicatie van het minimum op het niveau van de wet buiten twijfel te stellen indien het recidivedelict een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad.

De voorgestelde wetswijzigingen en de toelichting daarop geven de NVvR aanleiding tot het maken van de verscheidene opmerkingen in het advies in de bijlage.