Wetgevingsadviezen

Meerdaadse samenloop in strafzaken

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 11 december 2013 om advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel herziening regeling van de meerdaadse samenloop in strafzaken. Dit advies is voorbereid door de leden van de vereniging en vastgesteld door de Wetenschappelijke Commissie van de NVvR.

Passende straf

Het wetsvoorstel beoogt het bestaande stelsel van de meerdaadse samenloop aan te passen en daarmee tevens uitvoering te geven aan het in het Regeerakkoord geformuleerde voornemen van het kabinet om de rechter in gevallen van meerdaadse samenloop ruimere mogelijkheden te geven om een passende straf te bepalen. Hiertoe worden wijzigingen voorgesteld in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering.

Accepteren   

De NVvR heeft met instemming kennis genomen van het doel en de strekking van het onderhavige wetsvoorstel. Voor slachtoffers en nabestaanden, maar ook voor het algemene rechtsgevoel, is het moeilijk te accepteren dat een zeer ernstig misdrijf (nagenoeg) onbestraft blijft indien aan een verdachte sinds het plegen van een dergelijk delict inmiddels (in totaal) een zeer lange vrijheidsstraf en/of vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd. 

Onbevredigend   

De regeling van meerdaadse samenloop waarbij al bij de strafoplegging rekening wordt gehouden met eerder opgelegde vrijheidsstraffen, kan tot een voor de samenleving in het algemeen en voor het slachtoffer en/of diens nabestaanden in het bijzonder tot een onbevredigende en in een enkel geval zelfs tot een bijzonder pijnlijke uitkomst leiden.  

Niet goed werkbaar

Desalniettemin is de NVvR van mening dat het wetsontwerp op een groot aantal, in het advies genoemde punten, bezwaren oproept en niet goed werkbaar is. De NVvR adviseert de minister het wetsvoorstel, behoudens de verhoging van het strafmaximum bij samenloop (art. 63 Sr.), te herzien op zodanig wijze en meer in overeenstemming met de aanbevelingen van het onderzoeksrapport van de Universiteit Leiden. De NVvR stelt voor dat voor het overige de bestaande, in de praktijk overwegend goed functionerende, wettelijke regelingen ter zake samenloop ongewijzigd blijven.