Wetgevingsadviezen

Lesbisch ouderschap

Bij brief van 21 december 2009 heeft de Minister van Justitie een conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap aan de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak voorgelegd om advies.

Reactie

Het wetsvoorstel is besproken in de vergadering van de Wetenschappelijke Commissie van de NVvR. De Wetenschappelijke Commissie heeft kennis genomen van de reactie van de Wetgevingsadviescommissie (hierna: WAC) van het LOVF, die in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak het wetsvoorstel heeft bestudeerd. De Wetenschappelijke Commissie kan zich inhoudelijk grotendeels verenigen met die reactie en heeft daarom afgezien van het opstellen van een eigen advies.

In aanvulling op deze reactie van de WAC kunnen nog de volgende korte opmerkingen worden gemaakt.

  1. 1. Vooraf merkt de NVvR op dat in de toelichting op het wetsvoorstel niet duidelijk is of, en zo ja, welk, onderscheid wordt gemaakt met de verschillende benamingen voor de betrokken man; gebruikt wordt “biologische vader”, “bekende biologische vader”, “bekende donor”, “bekende donor die in een nauwe persoonlijke betrekking staat” en “onbekende zaaddonor”. De NVvR adviseert een consequente betiteling indien daarmee wordt beoogd onderscheiden situaties aan te duiden.
  2. 2. De NVvR onderschrijft de kritische opmerkingen van de WAC in de eerste paragraaf van haar reactie, waarin wordt gesteld dat in de toelichting op het wetsvoorstel ten onrechte niet of nauwelijks wordt ingegaan op de wijze waarop volgens de opstellers van het wetsvoorstel invulling dient te worden gegeven aan het belang van het kind. Reden hiervoor zou kunnen zijn dat het wetsvoorstel in dit opzicht leunt op het rapport van de Commissie lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie van 31 oktober 2007.

In het advies in de bijlage wordt de motivatie voor deze opmerkingen uiteen gezet.