Wetgevingsadviezen

Toezichtmaatregelen (Conceptwetsvoorstel wederzijdse erkenning beslissing toezichtmaatregelen (kaderbesl 2009/829/JBZ)

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 9 maart om advies gevraagd op het conceptwetsvoorstel tot implementatie van kaderbesluit 20091829/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2009 inzake de toepassing, tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis.

Toezicht

De NVvR onderkent het belang van wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging  van toezichtmaatregelen als alternatief voor vrijheidsbeneming door toepassing van voorlopige hechtenis, eerder ook wel het Europees surveillancebevel genoemd. De bescherming van het publiek wordt nagestreefd door toepassing van vrijheidsbeperkende toezichtmaatregelen, in plaats van de preventieve vrijheidsbeneming.

Verdachte

De NVvR wenst te benadrukken dat het wetsvoorstel betrekking heeft op personen die in de beslissingsstaat als verdachte zijn aangemerkt zodat de onschuldpresumptie leidend motief dient te zijn. De NVvR onderkent dat, nu het gaat om een voorstel tot implementatie van een kaderbesluit, de overwegingen die ten grondslag liggen aan de vaststelling van het kaderbesluit niet meer ter discussie staan.

Alternatieven

Het wetsvoorstel kan volgens de NVvR effectief bijdragen aan het terugdringen van preventieve vrijheidsbeneming door de invoering van adequate alternatieven. In de bijlage is daarvoor de argumentatie van de NVvR uiteen gezet alsook de kanttekeningen.