Wetgevingsadviezen

Scheiden (Conceptwetsvoorstel bevoegdheden notaris bij scheiding)

De Minister van Justitie heeft NVvR op 9 augustus 2007 om advies gevraagd over een conceptvoorstel van wet, strekkende tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met verlening aan de notaris van bevoegdheden in verband met gemeenschappelijke verzoeken tot echtscheiding en tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap.

Gemeenschappelijk

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (TK 2006/07, 30145, nr. 9) heeft de minister van Justitie het voornemen geuit, een wetsvoorstel in te dienen teneinde ook aan notarissen de bevoegdheid te verlenen een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding namens beide echtgenoten bij de rechtbank in te dienen.

Vermogensrechtelijke aspecten

Het voorstel blijft beperkt tot de indiening van gemeenschappelijke verzoeken tot echtscheiding, resp. tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap, indien het paar geen gezamenlijke minderjarige kinderen heeft over wie zij het gezag uitoefenen. In die gevallen behoeven zij alleen de vermogensrechtelijke aspecten van hun scheiding te regelen. Het conceptwetsvoorstel berust op de gedachte dat zij zich daarvoor dikwijls tot een notaris zullen richten, die hen bijstaat bij het opstellen van een echtscheidingsconvenant. Volgens het conceptwetsvoorstel kan de notaris namens de echtgenoten het gemeenschappelijk verzoek bij de rechtbank indienen en optreden als hun raadsman. Het voorstel laat onverlet dat de echtgenoten zich hiervoor ook tot een advocaat kunnen wenden.

Beroepsregels

Vanuit de positie van de rechter beschouwd geeft het conceptwetsvoorstel nauwelijks aanleiding tot commentaar. De afhandeling van gemeenschappelijke verzoeken tot echtscheiding, waarbij geen minderjarige kinderen zijn betrokken, geschiedt binnen de rechtbanken betrekkelijk gestandaardiseerd. Notarissen zijn evenals advocaten aan beroepsregels en kwaliteitseisen, zodat voor de zorgvuldigheid waarmee gemeenschappelijke echtscheidingsverzoeken worden voorbereid en ingediend niet behoeft te worden gevreesd.