Wetgevingsadviezen

Computercriminaliteit III - juli 2017

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 10 mei 2017 om advies gevraagd over het ontwerpbesluit houdende regels over de uitoefening van de bevoegdheid tot het binnendringen in een geautomatiseerd werk en al dan niet met een technisch hulpmiddel onderzoek doen als bedoeld in de artikelen l2Gnba, eerste lid, l26uba, eerste lid, en l26zpa, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk).

Uitvoering

Het ontwerpbesluit beoogt uitvoering te geven aan enkele bepalingen uit het wetsvoorstel computercriminaliteit III, te weten:

  •  de grondslag om de inzet van de bevoegdheid voor het doen van onderzoek waarbij het geautomatiseerde werk wordt binnengedrongen met het oog op twee specifieke onderzoeksdoelen, het vastleggen van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn of worden opgeslagen en het ontoegankelijk maken van gegevens, mogelijk te maken bij verdenking van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen misdrijven;
  • de mogelijkheid om nadere regels te stellen over de deskundigheid en autorisatie van de bij het onderzoek in een geautomatiseerd werk betrokken opsporingsambtenaren, de samenwerking met andere opsporingsambtenaren en de geautomatiseerde vastlegging van gegevens ter uitvoering van een bevel van de officier van justitie;
  • het stellen van nadere regels over verschillende aspecten met betrekking tot het doen van onderzoek met een technisch hulpmiddel.

Het conceptbesluit geeft de Wetenschappelijke Commissie van de NVvR aanleiding tot het maken van verschillende opmerkingen die in de bijlage uiteen zijn gezet.