Wetgevingsadviezen

Computercriminaliteit III - okt 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak op 11 juli 2014 om advies gevraagd over het wetsvoorstel Computercriminaliteit III. Het wetsvoorstel strekt tot verbetering en versterking van het juridisch instrumentarium voor de opsporing en vervolging van computercriminaliteit.

Heimelijk

Voorgesteld wordt om een nieuwe bevoegdheid voor bepaalde opsporingsambtenaren te creëren om geautomatiseerd werk, dat in gebruik is bij een verdachte, op afstand heimelijk binnen te dringen, met het oog op bepaalde doelen op het gebied van opsporing van ernstige strafbare feiten. Tevens wordt voorgesteld om de regeling van de bevoegdheid van de officier van justitie om, met machtiging van de rechter-commissaris, te bevelen dat gegevens op internet ontoegankelijk worden gemaakt, aan te passen. Voorts wordt voorgesteld een afzonderlijke wettelijke bevoegdheid te creëren tot het geven van een bevel aan een verdachte tot het toegankelijk maken van versleutelde elektronische gegevens.

Grooming

Tenslotte wordt voorgesteld het wederrechtelijk overnemen van gegevens en het voorhanden hebben of bekend maken van door misdrijf verkregen gegevens strafbaar te stellen en zijn in het wetsvoorstel enkele wijzigingen van meer technische aard opgenomen. Hiertoe worden voorstellen gedaan tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Na de eerdere consultatie in mei 2013 is het wetsvoorstel aangevuld, waardoor het tevens strekt tot verruiming van de strafbaarstelling van het corrumperen van minderjarigen en ‘grooming’ en tot strafbaarstelling van zogenaamde online handelsfraude.

De NVvR heeft verschillende opmerkingen bij het wetsvoorstel die in de bijlage nader worden toegelicht.