Wetgevingsadviezen

Besluit alcohol en drugs in het verkeer

De Wetenschappelijke Commissie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak heeft kennisgenomen van de voorgestelde wijzigingen in het Besluit alcohol en drugs in het verkeer. De WeCo ziet geen aanleiding over deze wijzigingen uitgebreid te adviseren. Wel wil de WeCo een kleine opmerking maken inzake art. 12, 3e lid van het Besluit.
In het genoemde artikellid staat dat bloedafname ter vaststelling van het gebruik van drugs of geneesmiddelen dient te geschieden uiterlijk binnen 90 minuten nadat van de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek als bedoeld in de art. 4 of 8 van het Besluit, of, als die vordering niet is gedaan, binnen 90 minuten na het eerste contact tussen opsporingsambtenaar en verdachte, waarbij de verdenking van overtreding van art. 8 WVW 1994 is ontstaan. Over de betekenis van deze 90 minutentermijn zijn in de rechtspraak vragen opgekomen tegen de achtergrond van de rechtspraak van de Hoge Raad over de ‘strikte waarborgen’ waarmee het onderzoek in de zin van ar.t 163 WVW 1994 is omkleed. In het licht van de ratio van de 90 minutentermijn, zoals beschreven in de Nota van Toelichting bij het Besluit, ligt het niet voor de hand om deze termijn aan te merken als een strikte waarborg, die bij schending dient te leiden tot vrijspraak van de verdachte. Om de ontstane onduidelijkheid te beëindigen, stelt de WeCo voor de tekst van het artikel te herformuleren door te stellen dat de bloedafname bij voorkeur binnen anderhalf uur dient te geschieden.