Wetgevingsadviezen

Partnerdoding (Beperking van het recht op contact/omgang na partnerdoding)

Het wetsvoorstel 'beperking van het recht op contact/omgang na partnerdoding' regelt dat in het geval van (vermoedelijke) partnerdoding de kinderrechter altijd oordeelt of contact/omgang in het belang van het kind is op basis van een verzoekschrift van de raad voor de kinderbescherming. De raad voor de kinderbescherming zal, zodra van de verdenking of veroordeling in kennis gesteld, een onderzoek instellen naar de wenselijkheid van een contact- of omgangsregeling van het kind met de ouder die wordt verdacht van of is veroordeeld voor het doden van de andere ouder. Op basis van dit onderzoek zal de raad een verzoek indienen tot vaststelling van een contact/omgangsregeling, waarbij de norm is geen contact/omgang, tenzij er redenen zijn om anders te beslissen. Voorts stelt het wetsvoorstel voor dat de ouder die contact/omgang verzoekt met het kind bij de kinderrechter, geen contact/omgang wordt verleend, tenzij dit in het belang van het kind is.

Toetsing 

De NVvR onderschrijft de gedachte van de wetgever dat het belang van het kind noopt tot een rechterlijke toetsing van de wenselijkheid van een contact- of omgangsregeling van het kind met de ouder die wordt verdacht van of is veroordeeld voor het doden van de andere ouder. De NVvR kan zich er evenwel niet in vinden dat bij de beoordeling van een verzoek tot contact/omgang met kinderen als in het onderhavige wetsvoorstel aan de orde, uitgegaan dient te worden van een beoordeling volgens een ‘nee, tenzij-constructie’, zoals thans in het tweede lid wordt voorgesteld. Een dergelijke constructie staat volgens de NVvR op gespannen voet met het in het EHRM neergelegde recht op family life, alsmede met  art. 9, eerste lid en derde lid, van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK).

Aandacht

Tevens adviseert de NVvR om in de wetsbepaling op te nemen dat de rechter oordeelt, ná de officier van justitie in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord. Ten slotte mist de NVvR in het wetsvoorstel aandacht voor de situatie waarin een ouder veroordeeld is voor poging tot doodslag op een kind en nadien een verzoek indient tot contact/omgang met ditzelfde kind, of met één van zijn/haar andere kinderen, dan wel na doodslag op een kind, contact/omgang verzoekt met één van zijn/haar andere kinderen.