Wetgevingsadviezen

Drugs en geneesmiddelen in het verkeer

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 1 juni 2012 om advies gevraagd over het ontwerpbesluit drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Opmerking verdient hierbij dat de NVvR bij brief van 3 december 2010 (kenmerk 1829.2705) heeft geadviseerd over het voorstel tot Wijziging van Wegenenverkeerswet 1994 in verband met verbetering van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs, waarvan het onderhavige ontwerp besluit een voortzetting is. In dit advies zullen wij op ons eerdere advies voortborduren.

Aanpakken

Het onderhavige ontwerpbesluit vormt een uitwerking van de wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs. Bij de vorenbedoelde wet zijn drie maatregelen geïntroduceerd die tot doel hebben drugsgebruik in het verkeer beter te kunnen aanpakken.

Deze maatregelen behelzen kort samengevat het navolgende:

  1. de introductie van een afzonderlijk verbod op het rijden onder invloed van drugs;
  2. de toekenning van de bevoegdheid aan de opsporingsambtenaar om personen die ervan verdacht worden onder invloed van drugs een voertuig te besturen of te doen besturen dn wel aanstalten te maken een voertuig te besturen, te bevelen speeksel af te staan door middel van een zogenaamde speekseltester en de verplichting voor de bestuurder om op eerste vordering daaraan mee te werken;
  3. de toekenning van de bevoegdheid aan de opsporingsambtenaar om personen die ervan verdacht worden onder invloed van drugs een voertuig te besturen of te doen besturen dan wel aanstalten te maken een voertuig te besturen waarvan het gebruik niet met behulp van de speekseltester kan worden vastgesteld, zoals GHB, en van andere bewustzijnsbeïnvloedende stoffen dan alcohol zoals geneesmiddelen, het bevel te geven mee te werken aan een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties en de verplichting voor de bestuurder om op eerste vordering aan dat onderzoek mee te werken.

Ten aanzien van de gekozen grenswaarden ziet de NVvR geen aanleiding voor opmerkingen. Voor de rest van het ontwerpbesluit plaatst de NVvR enkele overwegingen die in de bijlage helder uiteen zijn gezet.