Wetgevingsadviezen

Europees beschermingsbevel (Advies implementatie richtlijn Europees beschermingsbevel)

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de NVvR op 17 juni 2013 om advies gevraagd over het conceptwetsvoorstel tot implementatie van richtlijn betreffende het Europees beschermingsbevel.

Sanctie

Volgens de memorie van toelichting is de benadering van de Richtlijn weliswaar grotendeels gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning, maat dan niet in de klassieke, zuivere vorm “maar een soepele variant op dit beginsel (...) die de noodzakelijke flexibiliteit geeft aan de tenuitvoerleggingsstaat”. Dat is, gelet op de soms zeer uiteenlopende wettelijke regelingen in de lidstaten, volgens de NVvR ook noodzakelijk. Als in het kader van een strafrechtelijke procedure (bijvoorbeeld de schorsing van preventieve hechtenis onder bijzondere voorwaarden), de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf of een voorwaardelijke invrijheidstelling door de staat waarin de preventieve hechtenis of de sanctie is opgelegd, een beschermingsbevel wordt uitgevaardigd naar een ander land (een land waar de gevaar veroorzakende persoon en de te beschermen persoon zich beiden bevinden), zal het kunnen voorkomen dat het recht van de tenuitvoerleggende staat de modaliteit(en) die als voorwaarde(n) is/zijn opgelegd, niet kent.

Meldingsplicht

Dan zal gegrepen moeten worden naar een modaliteit die daar zoveel als mogelijk bij in de buurt komt en een vergelijkbaar beschermend effect heeft. De memorie van toelichting noemt als voorbeeld een meldingsplicht bij de politie, op flinke afstand van de verblijfplaats van de te beschermen persoon, wanneer het nationale recht van de tenuitvoerleggende staat geen locatieverbod kent.

De NVvR geeft de staatssecretaris enkele overwegingen mee die in de bijlage uiteen zijn gezet.