Wetgevingsadviezen

Grondeigendom (Aanvullingswet grondeigendom)

Met de Omgevingswet heeft de regering een stelselherziening van het omgevingsrecht in gang gezet. Ten tijde van de totstandkoming van de Omgevingswet was een aantal onderdelen van het omgevingsrecht inhoudelijk in beweging. Wegens de verschillende fasen van verandering van onderdelen van het omgevingsrecht is er voor gekozen om een aantal onderwerpen niet direct op te nemen in de Omgevingswet, maar deze uit te werken in aparte aanvullingswetten. Het onderhavige wetsvoorstel betreft een dergelijke aanvullingswet.

Sloopopgaven

Dit wetsvoorstel strekt, blijkens de memorie van toelichting, tot het bieden van een instrumentarium voor grondeigendom, waarmee overheden hun omgevingsbeleid kunnen verwezenlijken en kunnen inspelen op de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals sloopopgaven in krimpgebieden en binnenstedelijke transformaties.

Kavelruil

Het wetsvoorstel biedt daartoe een aantal specifieke instrumenten voor grondeigendom, te weten onteigening, voorkeursrecht, stedelijke kavelruil en herverkaveling en kavelruil in het landelijk gebied. Deze instrumenten zijn, met uitzondering van de stedelijke kavelruil, nu geregeld in de Onteigeningswet, de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Wet inrichting landelijk gebied. Stedelijke kavelruil is een nieuw instrument. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een aantal wijzigingen in de regeling van grondexploitatie in hoofdstuk 12 van de Omgevingswet. Het kabinet beoogt hiermee deze regels ten opzichte van de Omgevingswet verder te vereenvoudigen, te verbeteren en flexibeler en geschikter te maken voor uitnodigingsplanologie.

De Onteigeningswet, de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Wet inrichting landelijk zullen worden ingetrokken.