4. Dood door schuld (1)

4. Dood door schuld (1)

Jaarlijks sterven in Nederland ruim zeshonderd mensen in het verkeer. In ongeveer 200 van die gevallen gaat het om een zogenaamd schulddelict; dat is een strafbaar feit waarbij sprake is van verwijtbare onvoorzichtigheid. Iemand was bijvoorbeeld dronken of reed te hard. De manier waarop deze delicten in het huidige rechtssysteem worden berecht, levert in de praktijk vaak onbegrip op. Mensen vinden de straffen te laag, terwijl het tegelijk de vraag is of straffen in deze gevallen wel zin heeft; om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt (speciale preventie), om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen (generale preventie) of om de geschokte rechtsorde te herstellen (vergelding). De juridische werkelijkheid en de maatschappelijke werkelijkheid lopen bij schulddelicten sterk uiteen. Zijn er mogelijkheden deze delicten anders te benaderen? 

Verplaats je eens in de dader

Stel je voor dat jouw kind in het verkeer is omgekomen. Waaraan heb je dan behoefte? In een discussiesessie met rechters, advocaten, wetenschappers en beleidsambtenaren wordt van alles genoemd. ‘Mensen hebben behoefte om te weten wat er precies is gebeurd,’ weet een rechter die vaker met dit soort zaken heeft te maken. ‘Maar er kunnen bij nabestaanden ook schuldgevoelens ontstaan: had ik mijn kind maar niet alleen naar school laten fietsen. Had ik maar…’ Zelf ziet ze vaak op tegen zittingen met verkeersdoden. Omdat de wond van nabestaanden met het recht niet is te helen. Maar ook, omdat in de meeste gevallen de daders eveneens voorgoed zijn getekend. Empathie stopt niet bij het slachtoffer of de nabestaanden. Verplaats je eens in de dader. Wat denkt hij? Wat voelt hij? ‘Schaamte,’ zegt een advocaat. Maar ook: ontkenning. Onmacht. Hoe moet je als rechter daarmee omgaan?

En dan is er het publiek dat vindt dat er te laag wordt gestraft. ‘Het publiek kijkt vaak naar de gevolgen van een incident en niet naar de verwijtbaarheid,’ zegt een deelnemer aan het debat. ‘Het juridische begrip roekeloosheid sluit niet aan bij de betekenis die dat begrip heeft in het alledaags taalgebruik.’ Media denken meteen in formats, zegt een wetenschapper. ‘Dader versus slachtoffer. Alsof het een gevecht is.’

 

Herstellen van schade

Het is dat gevecht dat in de praktijk conflicten alleen maar uitbeent en niet oplost. Kan dat ook anders? Daartoe moet eerst de vraag worden gesteld waar het nou precies over gaat bij schulddelicten. ‘Over het verwerken van verlies en het herstellen van schade,’ zegt een advocaat. ‘Om de gevoelens in de samenleving die moet accepteren wat er is gebeurd,’ zegt een rechter. ‘En hoe dat in de toekomst kan worden voorkomen.’

En dan? Wat zijn mogelijke nieuwe, andere manieren om te reageren schulddelicten? Wat doet recht aan zowel slachtoffers en/of nabestaanden, daders en de samenleving als geheel? Ideeën die worden genoemd, zijn: Benoem een bemiddelaar tussen slachtoffer en dader. Zorg vanaf het eerste moment voor een begeleider van het rouwproces van nabestaanden. Zet het strafrecht in de reservestand. Betrek geen rechter bij de zaak, maar bijvoorbeeld een burgemeester. Identificeer meteen de plaats van het ongeval, ook om te kijken hoe ongevallen in de toekomst kunnen worden voorkomen. Stel een gedragscode voor de media op, maar zorg tegelijk voor goede informatie aan het publiek. Zet alle betrokkenen in een ruimte en geef hen een talking stick aan de hand waarvan iedereen zijn eigen verhaal kan doen. Leg uit dat herstel meer om erkenning gaat dan om straf. Geef het slachtoffer de rol van Nebenanklager zoals in Duitsland het geval is. Leg in een vonnis uit welke lessen uit het ongeval zijn te trekken, wat aan preventie wordt gedaan, hoe de schade – emotioneel en materieel – kan worden hersteld en welke maatregelen nodig zijn om de daad op passende manier te vergelden. ‘Noem het geen vonnis,’ zegt een beleidsmedewerker. ‘Noem het verantwoording. En praat na een jaar weer eens met alle betrokkenen. Hoe gaat het nu met je?’